Als lid van het BHV-team vraag ik me af waar je na een ontruiming van het gebouw de geëvacueerden onderbrengt. Onze school telt zo’n 250 leerlingen en vorig jaar mei hebben we de laatste oefenontruiming gehouden. Het was toen prachtig weer. Nu staan we op het punt weer een ontruiming te organiseren, maar het seizoen is minder gunstig. Bij een oefenontruiming kan iedereen na zo’n 10 minuten weer naar binnen, maar een reële calamiteit gaat natuurlijk anders. Ons hoofd BHV zegt: “In een reëel geval sturen we de leerlingen naar huis”, maar het nemen van zo’n beslissing kan wel even duren. Helaas hebben we bij ons huidige gebouw geen noodonderkomen. Kunt u mij vertellen wat de regels zijn voor opvang?

Het is de taak van de BHV om te evacueren, maar hoe je dat doet, staat niet in de Arbowet. Want, zo is het argument; elke situatie is anders. Wij leren BHV’ers dat ze een ontruimplan moeten maken, waarin staat waar de verzamelplaats is, met zo mogelijk een alternatief. Dit moet natuurlijk een veilige plek zijn. Daarnaast is het handig om een locatie te hebben waar je de leerlingen voor langere tijd kunt opvangen. Je kunt daarbij o.a. denken aan, sporthal, kerk of een school in de buurt. En omdat het een school is, moet er ook een verplichte aansluiting op het openbaar brandmeldsysteem zijn. Dit gaat volgens de termen van het Gebruiksbesluit en straks volgens het Bouwbesluit 2012. Bij zo’n verplichte aansluiting hoort een ontruimplan en een verplichte jaarlijkse ontruimoefening.

 

Bedrijven zijn volgens de Arbowet verplicht hun risico’s te inventariseren en evalueren in een risico-inventarisatie en –evaluatie (RI&E). Moeten in dit document ook de oorzaken van risico’s ook aan de orde komen?

De risico-inventarisatie en -evaluatie is verplicht voor alle grote en kleine bedrijven, met uitzondering van zzp’ers. In artikel 5 van de Arbowet staat dat de werkgever hierin schriftelijk vastlegt welke risico’s de arbeid voor de werknemers met zich meebrengt.

Strikt genomen hoeven bij een RI&E risico’s alleen te worden geïnventariseerd en geëvalueerd. Het beschrijven van de oorzaken van risico’s is dus niet verplicht. Het is daarom afhankelijk van de ambities van degene die de RI&E uitvoert of laat uitvoeren of deze informatie wel of niet opgenomen wordt.

De vraag waar de risico’s vandaan komen en hoe ze ontstaan blijft vaak buiten beeld. Maar wie structureel iets wil veranderen, zal ook toch oog moeten hebben voor de directe en de onderliggende oorzaken van de geconstateerde risico’s. Hoe kan iemand die niet weet hoe risico’s ontstaan, goede maatregelen bedenken om ze te bestrijden? Vandaar dat soms advies van een (arbo)deskundige of meer uitgebreid onderzoek nodig is.

 

In het nieuwe OK boek staat dat je iemand met hyperventilatie voorover moet laten buigen. Vroeger was dat een methode bij dreigende flauwte, maar dat is op een gegeven moment afgeschaft. Waarom zou je een patiënt bij hyperventilatie nog voorover laten buigen? Wat voor effect heeft dat?

Wie hyperventileert, ventileert meer dan nodig met als gevolg dat koolstofdioxidegehalte in het bloed (CO2) te laag wordt. Door bijvoorbeeld stress, angst of paniek kan een versnelde en vaak te diepe ademhaling ontstaan. Mensen kunnen hierdoor een benauwd gevoel krijgen, pijn op de borst ervaren en zelfs zwarte vlekken voor de ogen zien. Wat kun je in zo’n geval doen? Probeer allereerst het slachtoffer gerust te stellen. Ga bij hem zitten en laat hem ademhalingsoefeningen doen; rustig door de neus inademen en door de mond weer uit. Door het slachtoffer goed voorover te laten buigen wordt hij gedwongen om minder diep te ademen. Ook stroomt er meer bloed naar de hersenen en dat is weer goed tijdens een flauwte. Het kan wel zijn dat het slachtoffer dit voorover buigen als benauwend ervaart. Een andere optie is het bekende zakje voor de mond. Dat zorgt ervoor dat het koolstofdioxide gehalte weer gaat stijgen. Je ademt het namelijk gewoon weer in met als gevolg dat de klachten van een te hoog CO2 kunnen afnemen. Je kunt het slachtoffer ook door een stuk tuinslang laten ademen (ongeveer 50 cm lang). Dit zorgt dat er een verhoging van het koolstofdioxidegehalte plaatsvindt doordat de ademhaling afgeremd wordt. Als laatste is het belangrijk dat je tijdig ingrijpt op het moment dat het probleem te lang aanhoudt. Bel 112 en leg de situatie uit.

 

Hoe vaak zijn herhalingslessen voor BHV’ers verplicht?

In de wet wordt nergens een exacte termijn genoemd waarop herhalingen moeten plaatsvinden. Dit komt omdat deze termijnen voor elk bedrijf anders zijn. Het enige wat in de wet aangegeven wordt is dat de BHV ‘naar behoren’ moet functioneren en dat de RI&E daar een belangrijke maatstaf voor is. Dat wil zeggen dat de Inspectie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, wanneer ze ooit langskomen, allereerst vraagt naar de RI&E en vervolgens naar de vertaling van de RI&E in het BHV opleidings- en herhalingsprogramma. De ervaring leert dat één keer per jaar een herhalen van de stof een absoluut minimum is. Bedrijven met vergunningplicht moeten een ontruimingsplan hebben en de ontruimingsoefeningen in een logboek bijhouden. Ook voor ontruimoefeningen geldt een jaarlijkse termijn als minimum.

 

Is een draaideur (tourniquet, tourlock e.d.) toegestaan in een vluchtroute?

Deuren in een vluchtroute mogen vanaf 37 personen (nieuwbouw) of 60 personen (bestaande bouw) die op de deur zijn aangewezen niet tegen de vluchtrichting indraaien (Bouwbesluit 2012, artikel 6.25 lid 3). In het looppad van de stroom vluchtende personen draait de draaideur mee in de vluchtrichting. Een draaideur is vanuit dit oogpunt dus niet verboden. Wel is het aannemelijk dat de draaideur een belemmering vormt bij het bepalen van de doorstroomcapaciteit als bedoeld in artikel 2.108 van het Bouwbesluit 2012. De gemeente kan een draaideur in die zin aanmerken als een belemmering als bedoeld in artikel 7.16. (hierin staat onder andere dat het verboden is in, op, of aan een bouwwerk voorzieningen te gebruiken of anderszins belemmeringen te veroorzaken waardoor het gebruik van vluchtmogelijkheden bij brand wordt belemmerd, of het redden van personen bij brand wordt belemmerd.) Als de draaideur bij brand automatisch in doorloopstand gaat staan (deuren worden samengevouwen in stroomrichting gezet) kan dit als een gelijkwaardige situatie worden beschouwd. Over gelijkwaardigheid beslist de gemeente. Bij grote gebouwen ziet men wel dat er naast de draaideuren extra normale deuren aanwezig zijn.

 

Toen ik de ambulancedienst vroeg naar welk ziekenhuis een goede kennis van mij werd vervoerd, vertelde de verpleegkundige dat hij/zij dit niet mocht mededelen in verband met de privacy van het slachtoffer. Waarom mag de hulpverlener dit niet vertellen? Dit is toch een normale vraag?

Dat kan inderdaad gebeuren. Zo hebben verpleegkundigen en alle andere bij de wet BIG betrokken zorgverleners, een eed moeten afleggen waarin zij onder andere zweren dat alle informatie die hun ter kennis komt met betrekking tot het slachtoffer/patiënt geheim te houden. Hieronder een regel uit deze eed: "Ik zweer; dat ik geheim houd wat mij in vertrouwen is verteld of wat mij ter kennis is gekomen en waarvan ik kan begrijpen dat het vertrouwelijk van aard is". Iedereen die vanuit zijn of haar professie hierin een ondersteunende functie heeft, zoals bijvoorbeeld secretaresses en assistentes, en met patiënt- en/of slachtoffergegevens in aanraking komt, heeft hierin een beroepsgeheim of geheimhoudingsplicht. De ambulanceverpleegkundige zal op een dergelijk moment zelf inschtten aan wie er wel of geen informatie wordt verstrekt. De informatie mag alleen met toestemming van het slachtoffer worden verstrekt. In een spoedsituatie zal er daarom alleen informatie worden verstrekt aan de directe familie.

 

Stel een zwangere vrouw krijgt te kampen met een circulatiestilstand, mag ik dan wel de AED aansluiten? Heeft dit geen grote gevolgen voor de baby?

Als een zwangere vrouw moet worden gereanimeerd is er geen andere keus. We zullen moeten zorgen dat de circulatie zo spoedig mogelijk wordt hersteld. Zou dit niet gebeuren, dan maken moeder en kind geen enkele kans.Dus ja, als er een AED aanwezig is moet deze z.s.m. worden aangesloten.

 

BHV op bolderkar? Indien een vereniging een tractor met ‘bolderwagen’ (boerenkar, overdekt, met banken waarop dertig mensen kunnen worden vervoerd op de openbare weg regelmatig een groep mensen vervoert, is dan een BHV-diploma ‘aan boord’ verplicht ? De tractor en bolderwagen zijn eigendom van de vereniging. Het gaat om een vereniging met bestuur en vrijwilligers, dus geen bedrijf. Ook de chauffeurs zijn vrijwilligers.

De Arbowet, waar bedrijfshulpverlening in artikel 15 wordt genoemd, is van toepassing wanneer er een werkgever-werknemer-gezagsrelatie bestaat. Het doet daarbij niet ter zake of de rechtsvorm een vereniging is, ook een vereniging kan immers mensen in (loon)dienst hebben. In een zuivere vrijwilligersconstructie is de Arbowet niet van toepassing. De relatie van het verenigingsbestuur met de bestuurder van de tractor moet er dan wel een zijn die in de context valt van vrijwilligerswerk zoals genoemd in de wet Inkomstenbelasting. Toch is er sprake van een wettelijke zorgplicht tegenover degenen die u tijdens de ritten vervoert. U biedt een vervoersfaciliteit aan en de deelnemers mogen van u verwachten dat u dat veilig zult uitvoeren. Daarbij gaat het niet alleen over de technische staat van de vervoersmiddelen, maar ook hoe u geregeld hebt dat er in geval van nood hulpverlening gealarmeerd en ingezet kan worden, of u gebruik van alcohol al dan niet toestaat, of er onder alle weersomstandigheden gereden wordt enzovoort. BHV bestaat in de Arbowet uit drie taken, kortweg: brandbestrijding, verlenen van Eerste Hulp bij ongevallen en ontruimen. In uw situatie zal hulpverlening neerkomen op het kunnen toepassen van Levensreddende Eerste Handelingen. Houd er wel rekening mee, dat als het Besluit Basishulpverlening ingevoerd wordt, de hulpverlening die nu nog alleen in de Arbowet genoemd wordt, uitgebreid wordt naar ‘gebouwen en niet-gebouwen’ en dan zult u wettelijk verplicht worden BHV-taken uit te voeren op uw bolderwagen. Of en wanneer het Besluit Basishulpverlening ingevoerd gaat worden, is nog koffiedik kijken.

 

Bij een actieve bloeding moet je de patiënt laten liggen, het gewonde ledemaat omhoog leggen en directe druk op de wond uitoefenen. Geldt dat ook als het gaat om de bloeding van een spatader? Ik hoorde onlangs van een ambulanceverpleegkundige dat er lucht aangezogen kan worden als het been omhoog gelegd wordt. Dit zou tot een levensgevaarlijke situatie voor de patiënt kunnen leiden.

Het EH protocol voor het stelpen van een actieve bloeding schrijft inderdaad voor dat het gewonde ledemaat omhoog gelegd moet worden. En er worden op deze regel geen uitzonderingen gegeven. Een patiënt komt pas in levensgevaar als een grote hoeveelheid lucht in de slagader komt, meer dan 5 ml. De kans dat dat via een wond in de spatader gebeurt, is nihil. Bovendien: zo lang de spatader bloedt, kan er geen lucht aangezogen worden. Is de ader eenmaal dicht dan zal het kleine wondje ook geen lucht meer doorlaten of aanzuigen. Daarnaast is de druk in een ader zo gering dat er nauwelijks een aanzuigende werking optreedt. Bij grote centraal veneuze bloedvaten in de buurt van de borstkas, gaat de theorie van lucht aanzuigen overigenswel op. Maar bij extremiteiten, zoals armen en benen, is dat niet van toepassing.

 

Omdat ons callcenter de hele dag bereikbaar moet zijn, kunnen mensen die hier werken moeilijk meedoen met ontruimingsoefeningen. Wat zijn de wettelijke eisen? Kunnen we de ontruimingsoefeningen voor het callcenter vervangen door een presentatie? Hoe vaak moeten we een oefening houden?

Sinds de wetswijziging van 2007 in de Arbowet is er steeds meer nadruk gaan liggen op doelvoorschriften en beperkt de middelvoorschriften. Hiermee krijgen werkgevers en werknemers de mogelijkheid om invulling te geven aan het bereiken van wettelijke doelen. In artikel 15 van de Arbowet zijn de BHV-taken vastgelegd. Specifiek is bij deze vraag van toepassing: alle werknemers en personen binnen een bedrijf moeten worden gealarmeerd en geëvacueerd bij een noodsituatie. Daarbij wordt geen uitzondering gemaakt voor callcenters. In de praktijk wordt aangehouden dat minstens een keer per jaar een ontruimingsoefening moet worden gehouden. Dat is een belangrijke verantwoordelijkheid voor zowel werkgever als werknemer. Ik denk, dat als er een keer bij een calamiteit bij jullie zou gebeuren, wat terug te brengen valt op niet of te weinig geoefendheid, je bij de Inspectie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid niet wegkomt met de opmerking dat het niet of nauwelijks mogelijk was te oefenen. Als je constateert dat de hele bedrijfstak met dezelfde problematiek kampt, dan ligt het voor de hand dit als risico uit te werken in een Arbocatalogus. Is er al eens door een veiligheidskundige naar jullie problematiek gekeken? We hebben hetzelfde ook eens meegemaakt voor een Intensive Care afdeling van een ziekenhuis. Daar dacht men in eerste instantie ook dat het niet of nauwelijks mogelijk was. Toch is daar een ontruimoefening gehouden! Waarom zou dat op een callcenter niet kunnen?

 

Wat is een bloedvergiftiging? Waar moet ik op letten?

Een bloedvergiftiging (sepsis) is een ernstig ziektebeeld veroorzaakt door bacteriën die door een infectie het lichaam binnendringen, zich verspreiden door de bloedbaan en zorgen voor een grote ontstekingsreactie door het hele lichaam. De oorzaak kan een wond(je) zijn, maar ook bijvoorbeeld een longontsteking, oorontsteking of een hersenvliesontsteking kunnen uit de hand lopen. Een bloedvergiftiging uit zich meestal in hoge koorts, zweten, rode gelaatskleur, versnelde hartslag, hogere ademhalingsfrequentie, weinig plassen en soms een verminderd bewustzijn. Een bloedvergiftiging is levensbedreigend, een situatie die zeer snel en adequaat moet worden aangepakt. De ernstigste variant is de meningococcensepsis, die veelal ook een hersenvliesontsteking met zich meebrengt. Deze vorm is te herkennen aan rode spikkeltjes op de huid in combinatie met bovengenoemde verschijnselen. Twijfel niet als u dergelijke symptomen ziet en bel onmiddellijk 112! Geef het slachtoffer nu niets meer te eten of te drinken(dit is namelijk de distributieve vorm van shock) en laat het slachtoffer bij voorkeur liggen.

 

Gaan BHV-ers mee op excursie? Als studenten op schoolreis gaan, of medewerkers op een teambuildingdag, moeten dan interne of externe BHV-ers mee op pad?

Een schoolreis of excursie is werk-gerelateerd, daardoor is de school verantwoordelijk voor de leerlingen. Dus is de werkgever verantwoordelijk voor adequate bedrijfshulpverlening. BHV is niet gebouw-gebonden. BHV is onderdeel van de Arbowet en de Arbowet is van toepassing voor ieder die in een gezagsrelatie werkgever-werknemer zit. Studenten vallen onder het algemeen niet onder een gezagsrelatie, zoals bedoeld in de Arbowet. Uitzondering zijn studenten die een stage in een bedrijf lopen. Wel heeft de schoolleiding een wettelijke zorgplicht voor studenten. De leiding is aansprakelijk volgens het Burgerlijk Wetboek. En onder die zorgplicht valt bijvoorbeeld het opstellen van een veiligheidsprotocol, waarin zaken zijn vastgelegd als: wie er in geval van nood bereikbaar is, wat de risico-inventarisatie van de activiteit is, wie verantwoordelijk is, wie proces-verbaal opmaakt bij incidenten en wie eerste hulp verleent bij ongevallen. Ook kan de schoolleiding vastleggen wat de afspraken zijn over alcoholgebruik en geestverruimende middelen. Medewerkers van de school die meegaan op schoolreis of naar een andere buitenschoolse activiteit, vallen wel onder de strekking van de Arbowet. Het is praktisch als deze medewerkers een BHV-opleiding hebben gehad, anders moet de school voor BHV-zorg tijdens de activiteiten iets anders regelen.

 

Enkele jaren geleden heb ik mijn BHV ‘gehaald’. Ik ben ook in het bezit van een erkend EHBO-diploma van het Oranje Kruis. Klopt het dat ik toch elk jaar de herhaling van de BHV (het EHBO-gedeelte) moet volgen? Naast de jaarlijkse herhalingen voor mijn EHBO-diploma?

Als je de herhalingen voor het Oranje Kruis diploma al volgt, dan is het een goede vervanger voor de Levensreddende Handelingen uit de BHV herhalingslessen. Immers de Arbowet spreekt over ‘naar behoren je taken kunnen vervullen’. De herhalingslessen voor BHV zullen echter breder opgezet zijn dan alleen LEH. Daar hoort ook brandbeveiliging en ontruimen bij. Daarbij is altijd een pluspunt, als BHV-herhalingslessen uitgaan van de risico’s die op je school kunnen voorkomen. De RI&E is daar een uitgangspunt bij. Het is nog maar de vraag of de competenties van OK-herhalingslessen daar ook op inspelen. Kortom of je het een moet doen en het ander kunt laten hangt af van de inhoud van de lessen en ik kan me voorstellen dat de EHBO-lessen uit de BHV-herhalingen prima vervangen kunnen worden door OK-competenties.

 

Mag je bij een zwangere vrouw de Heimlich toepassen?

Als iemand door een blokkade in de luchtwegen, bijvoorbeeld door een snoepje, dreigt te stikken (en hoesten helpt niet) dan kan de hulpverlener met de Heimlich handgreep de blokkade opheffen. Bij de Heimlich trekt de hulpverlener (achter het slachtoffer) stootsgewijs zijn/haar vuist schuin naar boven in de buik van het slachtoffer. Hierdoor ontstaat luchtverplaatsing vanuit de longen richting de luchtpijp om de obstructie zo – hopelijk – naar buiten te duwen. Heimlich, zoals deze staat uitgelegd in het Oranje Kruis Boekje, mag eigenlijk niet worden toegepast bij zwangere vrouwen. De ‘buikstoten’ kunnen het kind namelijk in gevaar brengen. Wil een hulpverlener de Heimlich bij een zwangere vrouw toch toepassen dan kan dit door de vuist, niet op de buik maar op het onderste gedeelte van het borstbeen te leggen en vervolgens stootsgewijs recht naar achteren te trekken. Ook dit zorgt voor luchtverplaatsing. Deze methode is wel veel minder aangenaam voor het slachtoffer en zal meer kracht van de hulpverlener vragen. Dit is omdat de hulpverlener niet op een relatief soepele buik, maar op een stugge borstkas moet duwen. Bedenk, dat als drukken op de borstkas geen effect heeft, moeder én kind in gevaar komen. Als alleen buikstoten nog kunnen werken, betekent dit niet altijd dat je het kind letsel toebrengt. Vruchtwater in de baarmoeder werkt enigszins beschermend (afhankelijk van de draagtijd). Een stelregel in de gezondheidszorg is: ‘Doe je het voor de moeder goed, dan doe je het ook voor het kind goed.’ In dit geval proberen we eerst de beste methode voor moeder én kind, maar lukt het niet dan moet je wel prioriteiten gaan stellen.

 

Binnen ons bedrijf zijn we bezig om de BMC doormelding aan te passen. Nu gaat die naar de alarmcentrale Brandweer en straks naar de PAC (Partikuliere Alarm Centrale) die ook onze inbraak alarmering beheert.Nu ben ik aan het zoeken naar de wetgeving dat wij als kantoor niet meer aangesloten hoeven te worden naar de brandweer. Indien mogelijk graag een wettekst die dit aan geeft.

Aan het Bouwbesluit 2012 uitgave NVB, zit een bijlage 1. In de eerste oplage van ons boek hebben we die tabel geplaatst op blz 80, in de tweede oplage op blz 76. In artikel 6.20 lid 1 wordt naar deze gebruiksfunctie tabel verwezen. Jullie bedrijf valt onder de kantoorfunctie. En in de tabel kun je dan aflezen welke verplichting je hebt bij een bepaalde oppervlakte en hoogte van het gebouw.

 

Is het organiseren van een jaarlijkse ontruimingsoefening verplicht?

Het antwoord staat niet concreet in de Arbowet, maar je vindt hier wel een aanzet. Zo staat in artikel 15 : ‘Bedrijfshulpverleners beschikken over een zodanige opleiding en uitrusting, zijn zodanig in aantal en zodanig georganiseerd dat zij de in het tweede lid genoemde taken naar behoren kunnen vervullen.' Als we dan naar het tweede lid kijken, lezen we: ‘Een van die taken is het in noodsituaties alarmeren en evacueren van alle werknemers en andere personen in het bedrijf of inrichting.’ De Inspectie Sociale zaken en Werkgelegeheid hanteert hier, dat je de ontruimtaak naar behoren kunt vervullen als je tenminste één maal per jaar oefent.Voor bedrijven die een Brandmeldinstallatie hebben gekoppeld aan de regionale alarmcentrale is concreet in het Bouwbesluit aangegeven dat er een ontruimingsplan moet liggen en dat registratieervan in een logboek moet worden bijgehouden.

 

Moet de brandweer een ontruimingsplan wel goedkeuren?

Het stempelverhaal van de brandweer staat niet in de NEN 4000, maar in het voorbeeld van de oude NTA 8112 . Daar wordt op het voorblad van het ontruimplan ruimte voor zo’n stempel aangegeven. In de Arbowet noch Bouwbesluit 2012 staat nergens dat zo’n goedkeuringsstempel verplicht is. Ontruimen is alleen omschreven als taak van de Bedrijfshulpverlening in artikel 15 lid 2-c. In het Bouwbesluit 2012 staat dat je verplicht bent een ontruimplan te hebben als je in een gebouwcategorie valt waarin een Brandmeldinstallatie is voorgeschreven.

 

Moeten ook de oorzaken van risico's aan de orde komen in de RI&E?

Of de oorzaken van risico's aan de orde komen in een RI&E, ligt aan de ambities van degene die de RI&E uitvoert of laat uitvoeren. Strikt genomen hoeven bij een RI&E de risico's alleen te worden geïnventariseerd en geëvalueerd (beoordeeld). Ze hoeven niet te worden geanalyseerd. Waar de risico's vandaan komen en hoe ze ontstaan, blijft dus buiten beeld. Maar wie structureel iets wil veranderen, zal ook oog hebben voor de directe en de onderliggende oorzaken van de geconstateerde risico's. Ook het arbobeleid (zoals taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden) zal een onderdeel zijn van de RI&E. Daar zijn immers de aanknopingspunten voor verbeteringen te vinden. Wie echter niet weet hoe risico's ontstaan, kan ook geen maatregelen bedenken om ze te bestrijden. Vandaar dat soms een uitgebreider onderzoek nodig kan zijn of een advies van een (arbo)deskundige.

 

Wat zijn de vergoedingen voor BHV’ers?

Er zijn geen wettelijke regels over een vergoeding voor BHV’ers. De werkgever is niet verplicht om een vergoeding of tijd-voor-tijd-regeling aan te bieden. Als hier afspraken over zijn, dan moeten deze in de arbeidsovereenkomst of in de cao staan. Een indicatie van een BHV- vergoeding is: Aan iedere BHV’er die het certificaat van de BHV opleidingscursus in het lopend jaar heeft behaald ontvangt een toelage van € 195,00 bruto. Aan iedere BHV’er die in voldoende mate heeft deelgenomen aan de BHV herhalingscursus in het lopend jaar ontvangt een toelage van € 195,00 bruto.

 

In het bouwbesluit 2012 wordt het rookcompartiment niet meer genoemd. Hoe zit de compartimentering nu in elkaar?

Het bouwbesluit 2012 kent drie brandcompartimentsvormen.

  • Brandcompartiment

is een gedeelte van een gebouw

  • Subbrandcompartiment

is een gedeelte in een brandcompartiment

  • Beschermd subbrandcompartement

heeft een hogere bescherming dan subbrandcompartiment (o.a.logiesgebouwen-hotels)

 

end faq

Als lid van het BHV-team vraag ik me af waar je na een ontruiming van het gebouw de geëvacueerden onderbrengt. Onze school telt zo’n 250 leerlingen en vorig jaar mei hebben we de laatste oefenontruiming gehouden. Het was toen prachtig weer. Nu staan we op het punt weer een ontruiming te organiseren, maar het seizoen is minder gunstig. Bij een oefenontruiming kan iedereen na zo’n 10 minuten weer naar binnen, maar een reële calamiteit gaat natuurlijk anders. Ons hoofd BHV zegt: “In een reëel geval sturen we de leerlingen naar huis”, maar het nemen van zo’n beslissing kan wel even duren. Helaas hebben we bij ons huidige gebouw geen noodonderkomen. Kunt u mij vertellen wat de regels zijn voor opvang?

Het is de taak van de BHV om te evacueren, maar hoe je dat doet, staat niet in de Arbowet. Want, zo is het argument; elke situatie is anders. Wij leren BHV’ers dat ze een ontruimplan moeten maken, waarin staat waar de verzamelplaats is, met zo mogelijk een alternatief. Dit moet natuurlijk een veilige plek zijn. Daarnaast is het handig om een locatie te hebben waar je de leerlingen voor langere tijd kunt opvangen. Je kunt daarbij o.a. denken aan, sporthal, kerk of een school in de buurt. En omdat het een school is, moet er ook een verplichte aansluiting op het openbaar brandmeldsysteem zijn. Dit gaat volgens de termen van het Gebruiksbesluit en straks volgens het Bouwbesluit 2012. Bij zo’n verplichte aansluiting hoort een ontruimplan en een verplichte jaarlijkse ontruimoefening.

 

Bedrijven zijn volgens de Arbowet verplicht hun risico’s te inventariseren en evalueren in een risico-inventarisatie en –evaluatie (RI&E). Moeten in dit document ook de oorzaken van risico’s ook aan de orde komen?

De risico-inventarisatie en -evaluatie is verplicht voor alle grote en kleine bedrijven, met uitzondering van zzp’ers. In artikel 5 van de Arbowet staat dat de werkgever hierin schriftelijk vastlegt welke risico’s de arbeid voor de werknemers met zich meebrengt.

Strikt genomen hoeven bij een RI&E risico’s alleen te worden geïnventariseerd en geëvalueerd. Het beschrijven van de oorzaken van risico’s is dus niet verplicht. Het is daarom afhankelijk van de ambities van degene die de RI&E uitvoert of laat uitvoeren of deze informatie wel of niet opgenomen wordt.

De vraag waar de risico’s vandaan komen en hoe ze ontstaan blijft vaak buiten beeld. Maar wie structureel iets wil veranderen, zal ook toch oog moeten hebben voor de directe en de onderliggende oorzaken van de geconstateerde risico’s. Hoe kan iemand die niet weet hoe risico’s ontstaan, goede maatregelen bedenken om ze te bestrijden? Vandaar dat soms advies van een (arbo)deskundige of meer uitgebreid onderzoek nodig is.

 

In het nieuwe OK boek staat dat je iemand met hyperventilatie voorover moet laten buigen. Vroeger was dat een methode bij dreigende flauwte, maar dat is op een gegeven moment afgeschaft. Waarom zou je een patiënt bij hyperventilatie nog voorover laten buigen? Wat voor effect heeft dat?

Wie hyperventileert, ventileert meer dan nodig met als gevolg dat koolstofdioxidegehalte in het bloed (CO2) te laag wordt. Door bijvoorbeeld stress, angst of paniek kan een versnelde en vaak te diepe ademhaling ontstaan. Mensen kunnen hierdoor een benauwd gevoel krijgen, pijn op de borst ervaren en zelfs zwarte vlekken voor de ogen zien. Wat kun je in zo’n geval doen? Probeer allereerst het slachtoffer gerust te stellen. Ga bij hem zitten en laat hem ademhalingsoefeningen doen; rustig door de neus inademen en door de mond weer uit. Door het slachtoffer goed voorover te laten buigen wordt hij gedwongen om minder diep te ademen. Ook stroomt er meer bloed naar de hersenen en dat is weer goed tijdens een flauwte. Het kan wel zijn dat het slachtoffer dit voorover buigen als benauwend ervaart. Een andere optie is het bekende zakje voor de mond. Dat zorgt ervoor dat het koolstofdioxide gehalte weer gaat stijgen. Je ademt het namelijk gewoon weer in met als gevolg dat de klachten van een te hoog CO2 kunnen afnemen. Je kunt het slachtoffer ook door een stuk tuinslang laten ademen (ongeveer 50 cm lang). Dit zorgt dat er een verhoging van het koolstofdioxidegehalte plaatsvindt doordat de ademhaling afgeremd wordt. Als laatste is het belangrijk dat je tijdig ingrijpt op het moment dat het probleem te lang aanhoudt. Bel 112 en leg de situatie uit.

 

Hoe vaak zijn herhalingslessen voor BHV’ers verplicht?

In de wet wordt nergens een exacte termijn genoemd waarop herhalingen moeten plaatsvinden. Dit komt omdat deze termijnen voor elk bedrijf anders zijn. Het enige wat in de wet aangegeven wordt is dat de BHV ‘naar behoren’ moet functioneren en dat de RI&E daar een belangrijke maatstaf voor is. Dat wil zeggen dat de Inspectie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, wanneer ze ooit langskomen, allereerst vraagt naar de RI&E en vervolgens naar de vertaling van de RI&E in het BHV opleidings- en herhalingsprogramma. De ervaring leert dat één keer per jaar een herhalen van de stof een absoluut minimum is. Bedrijven met vergunningplicht moeten een ontruimingsplan hebben en de ontruimingsoefeningen in een logboek bijhouden. Ook voor ontruimoefeningen geldt een jaarlijkse termijn als minimum.

 

Is een draaideur (tourniquet, tourlock e.d.) toegestaan in een vluchtroute?

Deuren in een vluchtroute mogen vanaf 37 personen (nieuwbouw) of 60 personen (bestaande bouw) die op de deur zijn aangewezen niet tegen de vluchtrichting indraaien (Bouwbesluit 2012, artikel 6.25 lid 3). In het looppad van de stroom vluchtende personen draait de draaideur mee in de vluchtrichting. Een draaideur is vanuit dit oogpunt dus niet verboden. Wel is het aannemelijk dat de draaideur een belemmering vormt bij het bepalen van de doorstroomcapaciteit als bedoeld in artikel 2.108 van het Bouwbesluit 2012. De gemeente kan een draaideur in die zin aanmerken als een belemmering als bedoeld in artikel 7.16. (hierin staat onder andere dat het verboden is in, op, of aan een bouwwerk voorzieningen te gebruiken of anderszins belemmeringen te veroorzaken waardoor het gebruik van vluchtmogelijkheden bij brand wordt belemmerd, of het redden van personen bij brand wordt belemmerd.) Als de draaideur bij brand automatisch in doorloopstand gaat staan (deuren worden samengevouwen in stroomrichting gezet) kan dit als een gelijkwaardige situatie worden beschouwd. Over gelijkwaardigheid beslist de gemeente. Bij grote gebouwen ziet men wel dat er naast de draaideuren extra normale deuren aanwezig zijn.

 

Toen ik de ambulancedienst vroeg naar welk ziekenhuis een goede kennis van mij werd vervoerd, vertelde de verpleegkundige dat hij/zij dit niet mocht mededelen in verband met de privacy van het slachtoffer. Waarom mag de hulpverlener dit niet vertellen? Dit is toch een normale vraag?

Dat kan inderdaad gebeuren. Zo hebben verpleegkundigen en alle andere bij de wet BIG betrokken zorgverleners, een eed moeten afleggen waarin zij onder andere zweren dat alle informatie die hun ter kennis komt met betrekking tot het slachtoffer/patiënt geheim te houden. Hieronder een regel uit deze eed: "Ik zweer; dat ik geheim houd wat mij in vertrouwen is verteld of wat mij ter kennis is gekomen en waarvan ik kan begrijpen dat het vertrouwelijk van aard is". Iedereen die vanuit zijn of haar professie hierin een ondersteunende functie heeft, zoals bijvoorbeeld secretaresses en assistentes, en met patiënt- en/of slachtoffergegevens in aanraking komt, heeft hierin een beroepsgeheim of geheimhoudingsplicht. De ambulanceverpleegkundige zal op een dergelijk moment zelf inschtten aan wie er wel of geen informatie wordt verstrekt. De informatie mag alleen met toestemming van het slachtoffer worden verstrekt. In een spoedsituatie zal er daarom alleen informatie worden verstrekt aan de directe familie.

 

Stel een zwangere vrouw krijgt te kampen met een circulatiestilstand, mag ik dan wel de AED aansluiten? Heeft dit geen grote gevolgen voor de baby?

Als een zwangere vrouw moet worden gereanimeerd is er geen andere keus. We zullen moeten zorgen dat de circulatie zo spoedig mogelijk wordt hersteld. Zou dit niet gebeuren, dan maken moeder en kind geen enkele kans.Dus ja, als er een AED aanwezig is moet deze z.s.m. worden aangesloten.

 

BHV op bolderkar? Indien een vereniging een tractor met ‘bolderwagen’ (boerenkar, overdekt, met banken waarop dertig mensen kunnen worden vervoerd op de openbare weg regelmatig een groep mensen vervoert, is dan een BHV-diploma ‘aan boord’ verplicht ? De tractor en bolderwagen zijn eigendom van de vereniging. Het gaat om een vereniging met bestuur en vrijwilligers, dus geen bedrijf. Ook de chauffeurs zijn vrijwilligers.

De Arbowet, waar bedrijfshulpverlening in artikel 15 wordt genoemd, is van toepassing wanneer er een werkgever-werknemer-gezagsrelatie bestaat. Het doet daarbij niet ter zake of de rechtsvorm een vereniging is, ook een vereniging kan immers mensen in (loon)dienst hebben. In een zuivere vrijwilligersconstructie is de Arbowet niet van toepassing. De relatie van het verenigingsbestuur met de bestuurder van de tractor moet er dan wel een zijn die in de context valt van vrijwilligerswerk zoals genoemd in de wet Inkomstenbelasting. Toch is er sprake van een wettelijke zorgplicht tegenover degenen die u tijdens de ritten vervoert. U biedt een vervoersfaciliteit aan en de deelnemers mogen van u verwachten dat u dat veilig zult uitvoeren. Daarbij gaat het niet alleen over de technische staat van de vervoersmiddelen, maar ook hoe u geregeld hebt dat er in geval van nood hulpverlening gealarmeerd en ingezet kan worden, of u gebruik van alcohol al dan niet toestaat, of er onder alle weersomstandigheden gereden wordt enzovoort. BHV bestaat in de Arbowet uit drie taken, kortweg: brandbestrijding, verlenen van Eerste Hulp bij ongevallen en ontruimen. In uw situatie zal hulpverlening neerkomen op het kunnen toepassen van Levensreddende Eerste Handelingen. Houd er wel rekening mee, dat als het Besluit Basishulpverlening ingevoerd wordt, de hulpverlening die nu nog alleen in de Arbowet genoemd wordt, uitgebreid wordt naar ‘gebouwen en niet-gebouwen’ en dan zult u wettelijk verplicht worden BHV-taken uit te voeren op uw bolderwagen. Of en wanneer het Besluit Basishulpverlening ingevoerd gaat worden, is nog koffiedik kijken.

 

Bij een actieve bloeding moet je de patiënt laten liggen, het gewonde ledemaat omhoog leggen en directe druk op de wond uitoefenen. Geldt dat ook als het gaat om de bloeding van een spatader? Ik hoorde onlangs van een ambulanceverpleegkundige dat er lucht aangezogen kan worden als het been omhoog gelegd wordt. Dit zou tot een levensgevaarlijke situatie voor de patiënt kunnen leiden.

Het EH protocol voor het stelpen van een actieve bloeding schrijft inderdaad voor dat het gewonde ledemaat omhoog gelegd moet worden. En er worden op deze regel geen uitzonderingen gegeven. Een patiënt komt pas in levensgevaar als een grote hoeveelheid lucht in de slagader komt, meer dan 5 ml. De kans dat dat via een wond in de spatader gebeurt, is nihil. Bovendien: zo lang de spatader bloedt, kan er geen lucht aangezogen worden. Is de ader eenmaal dicht dan zal het kleine wondje ook geen lucht meer doorlaten of aanzuigen. Daarnaast is de druk in een ader zo gering dat er nauwelijks een aanzuigende werking optreedt. Bij grote centraal veneuze bloedvaten in de buurt van de borstkas, gaat de theorie van lucht aanzuigen overigenswel op. Maar bij extremiteiten, zoals armen en benen, is dat niet van toepassing.

 

Omdat ons callcenter de hele dag bereikbaar moet zijn, kunnen mensen die hier werken moeilijk meedoen met ontruimingsoefeningen. Wat zijn de wettelijke eisen? Kunnen we de ontruimingsoefeningen voor het callcenter vervangen door een presentatie? Hoe vaak moeten we een oefening houden?

Sinds de wetswijziging van 2007 in de Arbowet is er steeds meer nadruk gaan liggen op doelvoorschriften en beperkt de middelvoorschriften. Hiermee krijgen werkgevers en werknemers de mogelijkheid om invulling te geven aan het bereiken van wettelijke doelen. In artikel 15 van de Arbowet zijn de BHV-taken vastgelegd. Specifiek is bij deze vraag van toepassing: alle werknemers en personen binnen een bedrijf moeten worden gealarmeerd en geëvacueerd bij een noodsituatie. Daarbij wordt geen uitzondering gemaakt voor callcenters. In de praktijk wordt aangehouden dat minstens een keer per jaar een ontruimingsoefening moet worden gehouden. Dat is een belangrijke verantwoordelijkheid voor zowel werkgever als werknemer. Ik denk, dat als er een keer bij een calamiteit bij jullie zou gebeuren, wat terug te brengen valt op niet of te weinig geoefendheid, je bij de Inspectie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid niet wegkomt met de opmerking dat het niet of nauwelijks mogelijk was te oefenen. Als je constateert dat de hele bedrijfstak met dezelfde problematiek kampt, dan ligt het voor de hand dit als risico uit te werken in een Arbocatalogus. Is er al eens door een veiligheidskundige naar jullie problematiek gekeken? We hebben hetzelfde ook eens meegemaakt voor een Intensive Care afdeling van een ziekenhuis. Daar dacht men in eerste instantie ook dat het niet of nauwelijks mogelijk was. Toch is daar een ontruimoefening gehouden! Waarom zou dat op een callcenter niet kunnen?

 

Wat is een bloedvergiftiging? Waar moet ik op letten?

Een bloedvergiftiging (sepsis) is een ernstig ziektebeeld veroorzaakt door bacteriën die door een infectie het lichaam binnendringen, zich verspreiden door de bloedbaan en zorgen voor een grote ontstekingsreactie door het hele lichaam. De oorzaak kan een wond(je) zijn, maar ook bijvoorbeeld een longontsteking, oorontsteking of een hersenvliesontsteking kunnen uit de hand lopen. Een bloedvergiftiging uit zich meestal in hoge koorts, zweten, rode gelaatskleur, versnelde hartslag, hogere ademhalingsfrequentie, weinig plassen en soms een verminderd bewustzijn. Een bloedvergiftiging is levensbedreigend, een situatie die zeer snel en adequaat moet worden aangepakt. De ernstigste variant is de meningococcensepsis, die veelal ook een hersenvliesontsteking met zich meebrengt. Deze vorm is te herkennen aan rode spikkeltjes op de huid in combinatie met bovengenoemde verschijnselen. Twijfel niet als u dergelijke symptomen ziet en bel onmiddellijk 112! Geef het slachtoffer nu niets meer te eten of te drinken(dit is namelijk de distributieve vorm van shock) en laat het slachtoffer bij voorkeur liggen.

 

Gaan BHV-ers mee op excursie? Als studenten op schoolreis gaan, of medewerkers op een teambuildingdag, moeten dan interne of externe BHV-ers mee op pad?

Een schoolreis of excursie is werk-gerelateerd, daardoor is de school verantwoordelijk voor de leerlingen. Dus is de werkgever verantwoordelijk voor adequate bedrijfshulpverlening. BHV is niet gebouw-gebonden. BHV is onderdeel van de Arbowet en de Arbowet is van toepassing voor ieder die in een gezagsrelatie werkgever-werknemer zit. Studenten vallen onder het algemeen niet onder een gezagsrelatie, zoals bedoeld in de Arbowet. Uitzondering zijn studenten die een stage in een bedrijf lopen. Wel heeft de schoolleiding een wettelijke zorgplicht voor studenten. De leiding is aansprakelijk volgens het Burgerlijk Wetboek. En onder die zorgplicht valt bijvoorbeeld het opstellen van een veiligheidsprotocol, waarin zaken zijn vastgelegd als: wie er in geval van nood bereikbaar is, wat de risico-inventarisatie van de activiteit is, wie verantwoordelijk is, wie proces-verbaal opmaakt bij incidenten en wie eerste hulp verleent bij ongevallen. Ook kan de schoolleiding vastleggen wat de afspraken zijn over alcoholgebruik en geestverruimende middelen. Medewerkers van de school die meegaan op schoolreis of naar een andere buitenschoolse activiteit, vallen wel onder de strekking van de Arbowet. Het is praktisch als deze medewerkers een BHV-opleiding hebben gehad, anders moet de school voor BHV-zorg tijdens de activiteiten iets anders regelen.

 

Enkele jaren geleden heb ik mijn BHV ‘gehaald’. Ik ben ook in het bezit van een erkend EHBO-diploma van het Oranje Kruis. Klopt het dat ik toch elk jaar de herhaling van de BHV (het EHBO-gedeelte) moet volgen? Naast de jaarlijkse herhalingen voor mijn EHBO-diploma?

Als je de herhalingen voor het Oranje Kruis diploma al volgt, dan is het een goede vervanger voor de Levensreddende Handelingen uit de BHV herhalingslessen. Immers de Arbowet spreekt over ‘naar behoren je taken kunnen vervullen’. De herhalingslessen voor BHV zullen echter breder opgezet zijn dan alleen LEH. Daar hoort ook brandbeveiliging en ontruimen bij. Daarbij is altijd een pluspunt, als BHV-herhalingslessen uitgaan van de risico’s die op je school kunnen voorkomen. De RI&E is daar een uitgangspunt bij. Het is nog maar de vraag of de competenties van OK-herhalingslessen daar ook op inspelen. Kortom of je het een moet doen en het ander kunt laten hangt af van de inhoud van de lessen en ik kan me voorstellen dat de EHBO-lessen uit de BHV-herhalingen prima vervangen kunnen worden door OK-competenties.

 

Mag je bij een zwangere vrouw de Heimlich toepassen?

Als iemand door een blokkade in de luchtwegen, bijvoorbeeld door een snoepje, dreigt te stikken (en hoesten helpt niet) dan kan de hulpverlener met de Heimlich handgreep de blokkade opheffen. Bij de Heimlich trekt de hulpverlener (achter het slachtoffer) stootsgewijs zijn/haar vuist schuin naar boven in de buik van het slachtoffer. Hierdoor ontstaat luchtverplaatsing vanuit de longen richting de luchtpijp om de obstructie zo – hopelijk – naar buiten te duwen. Heimlich, zoals deze staat uitgelegd in het Oranje Kruis Boekje, mag eigenlijk niet worden toegepast bij zwangere vrouwen. De ‘buikstoten’ kunnen het kind namelijk in gevaar brengen. Wil een hulpverlener de Heimlich bij een zwangere vrouw toch toepassen dan kan dit door de vuist, niet op de buik maar op het onderste gedeelte van het borstbeen te leggen en vervolgens stootsgewijs recht naar achteren te trekken. Ook dit zorgt voor luchtverplaatsing. Deze methode is wel veel minder aangenaam voor het slachtoffer en zal meer kracht van de hulpverlener vragen. Dit is omdat de hulpverlener niet op een relatief soepele buik, maar op een stugge borstkas moet duwen. Bedenk, dat als drukken op de borstkas geen effect heeft, moeder én kind in gevaar komen. Als alleen buikstoten nog kunnen werken, betekent dit niet altijd dat je het kind letsel toebrengt. Vruchtwater in de baarmoeder werkt enigszins beschermend (afhankelijk van de draagtijd). Een stelregel in de gezondheidszorg is: ‘Doe je het voor de moeder goed, dan doe je het ook voor het kind goed.’ In dit geval proberen we eerst de beste methode voor moeder én kind, maar lukt het niet dan moet je wel prioriteiten gaan stellen.

 

Binnen ons bedrijf zijn we bezig om de BMC doormelding aan te passen. Nu gaat die naar de alarmcentrale Brandweer en straks naar de PAC (Partikuliere Alarm Centrale) die ook onze inbraak alarmering beheert.Nu ben ik aan het zoeken naar de wetgeving dat wij als kantoor niet meer aangesloten hoeven te worden naar de brandweer. Indien mogelijk graag een wettekst die dit aan geeft.

Aan het Bouwbesluit 2012 uitgave NVB, zit een bijlage 1. In de eerste oplage van ons boek hebben we die tabel geplaatst op blz 80, in de tweede oplage op blz 76. In artikel 6.20 lid 1 wordt naar deze gebruiksfunctie tabel verwezen. Jullie bedrijf valt onder de kantoorfunctie. En in de tabel kun je dan aflezen welke verplichting je hebt bij een bepaalde oppervlakte en hoogte van het gebouw.

 

Is het organiseren van een jaarlijkse ontruimingsoefening verplicht?

Het antwoord staat niet concreet in de Arbowet, maar je vindt hier wel een aanzet. Zo staat in artikel 15 : ‘Bedrijfshulpverleners beschikken over een zodanige opleiding en uitrusting, zijn zodanig in aantal en zodanig georganiseerd dat zij de in het tweede lid genoemde taken naar behoren kunnen vervullen.' Als we dan naar het tweede lid kijken, lezen we: ‘Een van die taken is het in noodsituaties alarmeren en evacueren van alle werknemers en andere personen in het bedrijf of inrichting.’ De Inspectie Sociale zaken en Werkgelegeheid hanteert hier, dat je de ontruimtaak naar behoren kunt vervullen als je tenminste één maal per jaar oefent.Voor bedrijven die een Brandmeldinstallatie hebben gekoppeld aan de regionale alarmcentrale is concreet in het Bouwbesluit aangegeven dat er een ontruimingsplan moet liggen en dat registratieervan in een logboek moet worden bijgehouden.

 

Moet de brandweer een ontruimingsplan wel goedkeuren?

Het stempelverhaal van de brandweer staat niet in de NEN 4000, maar in het voorbeeld van de oude NTA 8112 . Daar wordt op het voorblad van het ontruimplan ruimte voor zo’n stempel aangegeven. In de Arbowet noch Bouwbesluit 2012 staat nergens dat zo’n goedkeuringsstempel verplicht is. Ontruimen is alleen omschreven als taak van de Bedrijfshulpverlening in artikel 15 lid 2-c. In het Bouwbesluit 2012 staat dat je verplicht bent een ontruimplan te hebben als je in een gebouwcategorie valt waarin een Brandmeldinstallatie is voorgeschreven.

 

Moeten ook de oorzaken van risico's aan de orde komen in de RI&E?

Of de oorzaken van risico's aan de orde komen in een RI&E, ligt aan de ambities van degene die de RI&E uitvoert of laat uitvoeren. Strikt genomen hoeven bij een RI&E de risico's alleen te worden geïnventariseerd en geëvalueerd (beoordeeld). Ze hoeven niet te worden geanalyseerd. Waar de risico's vandaan komen en hoe ze ontstaan, blijft dus buiten beeld. Maar wie structureel iets wil veranderen, zal ook oog hebben voor de directe en de onderliggende oorzaken van de geconstateerde risico's. Ook het arbobeleid (zoals taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden) zal een onderdeel zijn van de RI&E. Daar zijn immers de aanknopingspunten voor verbeteringen te vinden. Wie echter niet weet hoe risico's ontstaan, kan ook geen maatregelen bedenken om ze te bestrijden. Vandaar dat soms een uitgebreider onderzoek nodig kan zijn of een advies van een (arbo)deskundige.

 

Wat zijn de vergoedingen voor BHV’ers?

Er zijn geen wettelijke regels over een vergoeding voor BHV’ers. De werkgever is niet verplicht om een vergoeding of tijd-voor-tijd-regeling aan te bieden. Als hier afspraken over zijn, dan moeten deze in de arbeidsovereenkomst of in de cao staan. Een indicatie van een BHV- vergoeding is: Aan iedere BHV’er die het certificaat van de BHV opleidingscursus in het lopend jaar heeft behaald ontvangt een toelage van € 195,00 bruto. Aan iedere BHV’er die in voldoende mate heeft deelgenomen aan de BHV herhalingscursus in het lopend jaar ontvangt een toelage van € 195,00 bruto.

 

In het bouwbesluit 2012 wordt het rookcompartiment niet meer genoemd. Hoe zit de compartimentering nu in elkaar?

Het bouwbesluit 2012 kent drie brandcompartimentsvormen.

  • Brandcompartiment

is een gedeelte van een gebouw

  • Subbrandcompartiment

is een gedeelte in een brandcompartiment

  • Beschermd subbrandcompartement

heeft een hogere bescherming dan subbrandcompartiment (o.a.logiesgebouwen-hotels)

 

end faq

{loadposition faq}

Evenementen

Sorry, geen evenementen.